Het militaire kattenluikje van het Associatieverdrag met Oekraïne

Het militaire kattenluikje van het Associatieverdrag met Oekraïne

204
1
DELEN
referendum

Hoewel de Nederlandse regering beweert dat het EU associatieverdrag met Oekraïne voornamelijk is bedoeld voor het verbeteren van de handelsrelaties en het bestrijden van corruptie, wijzen tegenstanders van het verdrag met name op het risico wat het “militaire component” met zich mee zal brengen. Sommigen, met name pro-Russische websites, gaan zelfs zo ver om het associatieverdrag neer te zetten als een “NAVO achterdeur akkoord”.

Geen paniek. Niet alles is de schuld van de Amerikanen, de NAVO bouwt niet aan een Death Star en we hoeven we ook niet bang te zijn dat met het ratificeren van het verdrag morgen de Russen komen. Dit neemt niet weg dat er zeker enkele flinke haken en ogen aan het militaire component zitten. De kiezer voorspiegelen dat het gaat om een onschuldig handelsverdragje voor kippetjes is dus het andere uiterste.

Allereerst is het belangrijk om de Europese Unie en de NAVO te zien voor wat zij zijn: waar de EU met name kan worden gezien als een samenklontering van monetaire en economische belangen, is de NAVO dat van gedeelde militaire belangen. Als dit het geval is, wat heeft een militair component te zoeken in een EU-verdrag?

Hiervoor is het belangrijk iets meer te vertellen over de bevoegdheden binnen de EU. Defensie is namelijk een van de weinige terreinen binnen de EU waar de lidstaten zelf nog volledige zeggenschap over hebben. EU-lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen territoriale verdediging en een aanzienlijk deel van de EU-lidstaten is ook lid van de NAVO, die op haar beurt weer verantwoordelijk is voor de gemeenschappelijke territoriale verdediging van Europa.

Waar de EU (n)iets over heeft te zeggen
Toegegeven, de term “Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid” (GBVB) in combinatie met het gegeven dat er ook onder Europese vlag militaire missies worden uitgevoerd, maakt het voor burgers zeer lastig (zo niet haast onmogelijk) de zeer beperkte militaire bevoegdheden van de EU op waarde te schatten. Of dit allemaal niet lastig genoeg is, is de grootste pleitbezorger van een Europees leger iemand uit een instituut dat geen drol heeft te zeggen over militaire aangelegenheden: Guy Verhofstadt, fractievoorzitter van de liberale ALDE-fractie in het Europarlement. Kortom: verwarring alom over wat de EU wel en niet kan regelen.

Het gedeelte van het GBVB waar het Europarlement wél iets over heeft te zeggen, gaat met name over externe handelsrelaties, afspraken over het Europese luchtruim, visserij, maar ook over financiering richting zogeheten “derde landen” (niet-EU landen). Het militaire (sub-) gedeelte binnen dit beleid valt onder de verantwoordelijkheid van de Europese Raad van regeringsleiders. Kortom: de beslissingsbevoegdheid ligt hiermee niet bij de Raad van Ministers of het Europarlement, maar bij het overleg van regeringsleiders. Hiermee is het EU-defensiebeleid feitelijk een aggregatie van nationale diplomatie.

Terug naar het associatieverdrag. Het gedeelte over militaire samenwerking is met name te vinden in artikel 10.

Artikel 10 Conflictpreventie, crisisbeheer en militair-technische samenwerking

1. De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer, in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).

2. Samenwerking op dit gebied wordt gebaseerd op regelingen en afspraken tussen de EU en Oekraïne over raadpleging en samenwerking op het vlak van crisisbeheer.

3. De partijen onderzoeken mogelijke samenwerking op militair of technologisch vlak. Oekraïne en het Europees Defensieagentschap (EDA) onderhouden nauwe contacten over de verbetering van de militaire capaciteit, ook op technologisch vlak.

Wat houden deze punten in?

“Praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie” (1) en “crisisbeheer” (2). Wat moeten wij ons daar bij voorstellen? Hier dienen wij niet direct te denken aan gezamenlijk militair optreden, maar aan “mediation, facilitation of dialogue or arbitration” (zie: Annex 3) en gezamenlijk “oefenen en trainen” zijn voornamelijk dit soort gezellige theekransjes. Het gaat hier dus puur om civiele samenwerking: er komt geen schuttersputje aan te pas. Tegelijkertijd is het niet heel maf dat zogeheten “derde landen” meedoen aan militaire missies onder de EU vlag: Canada, Zuid-Afrika, Brazilië en (jazeker ook) Rusland gingen Oekraïne voor.

Maar de samenwerking op “militair of technologisch vlak” dan? Welnu. De EU doet zichzelf niet alleen graag belangrijker voor dan het is (zie punt (1) en (2)), maar dramt ook graag haar zin door via een achterdeur. Als het niet via de strategische samenwerking kan, dan maar via de regulering van de defensiemarkt. Zeker in punt (3) zit de narigheid: technologische samenwerking (en het mogelijk coördineren van bepaalde systemen en aanschaf van materieel via de European Defense Agency) zal wel degelijk zorgen voor een strategische “lock in” van Oekraïne richting het Westen. Het zal er namelijk in ieder geval toe leiden (of althans dat is de bedoeling) dat Oekraïne niet langer voor Russisch maar militair spul van Europese makelij zal gaan.

Dus hoewel tegenstanders van het verdrag graag het militaire component schromelijk overdrijven (“NAVO achterdeur”), neemt dit niet weg dat met dit verdrag Oekraïne wel degelijk een strategische ruk richting het Westen (en Europa) zal maken. Zeker sinds de Russische annexatie op de Krim is Oekraïne bezig om haar Russische systemen te vervangen voor Europese. Nog los van de (niet geheel onbegrijpelijke) strategische alarmbellen die in Moskou af gaan, is het voor Europa belangrijk zich het volgende af te vragen. Met militaire middelen komt ook bepaalde militaire know how beschikbaar voor het Oekraïense leger. Zolang er binnen dat leger gebruik wordt gemaakt van triggerhappy Bassies met dubieuze ideologie (waarover het Amerikaanse Congres en de Canadese regering afgelopen zomer al een samenwerkingsveto over heeft uitgesproken) is het goed ons af te vragen: met wie delen wij onze militaire technologie precies?

Het associatieverdrag zien als een “militaire achterdeur voor de NAVO” is evenzo kort door de bocht en onvolledig als het verdrag zien als louter een handelsakkoord. Dat neemt niet weg dat ook bij een militaire kattenluikje met een land in openlijk conflict met Rusland Europese voorzichtigheid is geboden.

[Dieuwertje Kuijpers]

[Totaal: 3    Gemiddelde: 5/5]

Reacties

Reacties