Basisinkomen: de na- en voordelen van gratis geld

basisinkomen

Het is, afhankelijk van waar je staat, een controversieel of briljant idee: geef iedereen een basisinkomen. Is het een ultieme vorm van welvaart en verstand, of een subsidie op luiheid? Een betoog tegen en een betoog voor het verstrekken van een basisinkomen.

OOK NEGEERT BREGMAN MIJN ARGUMENT DAT DIT VOORSTEL, DAT EEN BASISINKOMEN VAN 50 PROCENT VAN HET SOCIAAL MINIMUM BETREFT, NIET ZAL VOLSTAAN.

Tegen: Gratis geld doet minder werken

Uit de commentaren van Bregman en Nooteboom op mijn artikel over het basisinkomen blijkt dat de huidige voorstellen zijn gebaseerd op drijfzand. Zo stelt Bregman dat zijn basisinkomen van circa duizend euro per maand voor iedere Nederlander tot meer werk zal leiden. Eerder heeft het CPB berekend dat een basisinkomen gelijk aan de helft van het sociaal minimum (circa 750 euro) 350 duizend banen kost. Het CPB neemt aan dat veel partners van tweeverdieners zich gaan terugtrekken van de arbeidsmarkt. Over de omvang daarvan kan men discussiëren, maar je moet heel naïef zijn om te veronderstellen dat als mensen een forse uitkering krijgen zij meer gaan werken.

Beide heren gaan nauwelijks in op de betaalbaarheidskwestie. Bregman zegt dat mijn collega’s Fransman en Canoy ‘een uitgewerkt voorstel hebben opgesteld van hoe we het zouden kunnen financieren’. Hij vergeet erbij te zeggen dat dit voorstel blijkens een Tegenlicht-uitzending een gat heeft van 30 miljard euro.

Ook negeert Bregman mijn argument dat dit voorstel, dat een basisinkomen van 50 procent van het sociaal minimum betreft, niet zal volstaan. Immers, bijna twee miljoen alleenstaanden zullen door de bodem van het bestaan zakken. Nooteboom is zo realistisch te stellen dat één basisinkomen niet zal volstaan. Maar het financieringsgat zal dan fors groter worden en de door Bregman bejubelde besparingen op bureaucratie zullen uitblijven.

Minimumloon

Ook Bregmans litanie van buitenlandse experimenten van ‘gratis geld’ overtuigt niet. In de regel gaat het hier om gesloten kleinschalige experimenten, bijvoorbeeld in een dorpje op het Canadese platteland. In Nederland zal dit onmogelijk zijn of tot veel afbakeningsproblemen en bureaucratie leiden.

Tot slot lijkt het alsof Bregman en Nooteboom elkaar tegenspreken als het om het minimumloon gaat. Nooteboom wil het minimumloon afschaffen. Hij heeft op zich een punt dat dit tot meer banen kan leiden, maar het is volstrekt onhelder hoe hij dit in lokale experimenten gaat vormgeven.

Nooteboom lijkt bovendien aan de koppeling van de uitkeringen aan het minimumloon voorbij te gaan en daarmee aan de wijze waarop wij solidariteit hebben vormgegeven. Dit leidt dan ook jaarlijks tot een politieke discussie over de hoogte van dit basisinkomen.

Bregman wil daarentegen bijstandsgerechtigden die bijverdienen niet ‘vernederen’ en hen een menswaardige beloning geven, maar dat kan alleen als het principe van het minimumloon overeind blijft. Jammer is het dan ook dat Bregman voorbij gaat aan mijn argument (uitgaande van het gedachtenexperiment van gelijkblijvende werkgelegenheid) dat zijn voorstel leidt tot een fors hogere marginale druk van 25 procent voor de andere Nederlanders. Door zijn basisinkomen lost hij weliswaar de werkloosheidsval (overgang uitkering-werk) op, maar Bregman vergeet erbij te zeggen dat hierdoor veel werkenden aan de onderkant van het loongebouw gevangen zullen blijven zitten (armoedeval).

Raymond Gradus is hoogleraar aan de VU te Amsterdam

JAMMER IS HET DAN OOK DAT BREGMAN VOORBIJ GAAT AAN MIJN ARGUMENT (UITGAANDE VAN HET GEDACHTENEXPERIMENT VAN GELIJKBLIJVENDE WERKGELEGENHEID) DAT ZIJN VOORSTEL LEIDT TOT EEN FORS HOGERE MARGINALE DRUK VAN 25 PROCENT VOOR DE ANDERE NEDERLANDERS.

IEDEREEN DIE MOEITE HEEFT ROND TE KOMEN, HEEFT RECHT OP TOESLAGEN EN AANVULLENDE FINANCIËLE MIDDELEN

Voor: basisinkomen zorgt voor minder regels en meer creativiteit.

‘Te duur en niet solidair’. In het kort is dat de kritiek van Raymond Gradus op het basisinkomen. Het is jammer dat deze kritiek voorbijgaat aan de redenen dat diverse gemeenten willen experimenteren met varianten op het basisinkomen. Bovendien, hét basisinkomen bestaat niet: het is in geen enkel land ingevoerd. De enige manier om erachter te komen of een dergelijk systeem in Nederland werkt, is door op kleine schaal experimenten te beginnen en van daaruit verdere stappen te zetten.

Iedereen die moeite heeft rond te komen, heeft recht op toeslagen en aanvullende financiële middelen. Dat is een belangrijk goed. Alleen is ons stelsel van sociale zekerheid volledig doorgeslagen en verworden tot een ingewikkeld, onvriendelijk en bureaucratisch monster. De Ombudsman beschreef in zijn rapport In het krijt bij de overheid (2013) de situatie van een alleenstaande vrouw met twee kinderen, een deeltijdbaan en een aanvullende bijstandsuitkering: ‘Deze alleenstaande vrouw ontvangt twaalf inkomenselementen, afkomstig van acht instanties. Daarvoor moeten achttien (digitale) formulieren per jaar worden ingevuld en ontvangt het gezin tachtig betalingen per jaar.’

ALLEEN IS ONS STELSEL VAN SOCIALE ZEKERHEID VOLLEDIG DOORGESLAGEN EN VERWORDEN TOT EEN INGEWIKKELD, ONVRIENDELIJK EN BUREAUCRATISCH MONSTER

Te veel regels

HET IS DUS HELEMAAL NIET ZO GEK DE BUREAUCRATIE TE WILLEN VERMINDEREN DOOR REGELS TE SCHRAPPEN

Dit laat precies zien wat er mis is met het stelsel van sociale zekerheid: het ontvangen van een uitkering of toeslag is aan enorm veel regels gebonden. En wie regels stelt moet ze kunnen handhaven. Daardoor is een heel circuit aan bureaucratische controlemechanismen opgetuigd. Alleen al Nijmegen had in 2014 ongeveer 19 miljoen euro aan uitvoeringskosten op het gebied van werk en inkomen. 750 mensen stroomden uit de bijstand naar een (tijdelijke) baan. In andere gemeenten zijn deze getallen van eenzelfde orde van grootte.

Het is dus helemaal niet zo gek de bureaucratie te willen verminderen door regels te schrappen. Een lokaal experiment is dé manier om erachter te komen of deelnemers beter in hun vel zitten doordat ze niet meer worden verstikt door regels en sancties, maar ook of ze in staat zijn (deels) een eigen inkomen te verwerven. Mocht dat lukken, dan levert dit op termijn juist geld op: de bureaucratie wordt minder, kosten voor gezondheidszorg nemen af en mensen komen makkelijker uit de bijstand door eigen inkomsten.

MOCHT DAT LUKKEN, DAN LEVERT DIT OP TERMIJN JUIST GELD OP: DE BUREAUCRATIE WORDT MINDER

Participatie

EEN VERPLICHTE TEGENPRESTATIE, DE VERHUISVERPLICHTING EN DE KEIHARDE SANCTIES DRAGEN NIET BIJ AAN EIGEN INITIATIEF – DAT WORDT JUIST ONMOGELIJK GEMAAKT

De lokale voorstellen gaan uit van eigen initiatief, verantwoordelijkheid en talentontwikkeling. Ze staan daarmee haaks op de huidige participatiewet die het toonbeeld is van hoe je mensen niet laat participeren. Een verplichte tegenprestatie, de verhuisverplichting en de keiharde sancties dragen niet bij aan eigen initiatief – dat wordt juist onmogelijk gemaakt. De kostendelersnorm (wanneer een bijstandsgerechtigde met één of meer personen boven de 21 jaar in huis woont wordt de uitkering in veel gevallen lager) maakt het bijstandsgerechtigden onmogelijk om bijvoorbeeld bij een zieke vader in huis te gaan wonen om hem te verzorgen.

Schrijnend is ook dat bijstandsgerechtigden vaak geen vrijwilligerswerk mogen verrichten, omdat ze 40 uur per week naar werk moeten zoeken. Werk dat er niet is: alleen al in de regio Nijmegen staan er voor iedere vacature ten minste acht werkzoekenden in de rij. Ook het starten als zzp’er wordt ontmoedigd door ingewikkelde regelgeving en forse sancties als er iets mis gaat.

In ons voorstel wordt creativiteit en het ontwikkelen van talent juist aangemoedigd doordat mensen niet meer worden verplicht fulltime naar werk te zoeken, maar vrij zijn een eigen bedrijfje te starten, vrijwilligerswerk of mantelzorg te verrichten.

SCHRIJNEND IS OOK DAT BIJSTANDSGERECHTIGDEN VAAK GEEN VRIJWILLIGERSWERK MOGEN VERRICHTEN

Minder werkzekerheid

NATUURLIJK ZIJN ER RISICO’S EN MOET DE TIJD UITWIJZEN OF EEN ANDER SYSTEEM BETAALBAAR IS

Ook om een aantal andere redenen is het interessant lokaal te experimenteren: De arbeidsmarkt verandert en er is steeds minder werkzekerheid. Het is verstandig niet af te wachten, maar nu al te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor de toekomst. Kleine stappen in de vorm van experimenten laten zien wat wel en niet werkt.

Natuurlijk zijn er risico’s en moet de tijd uitwijzen of een ander systeem betaalbaar is. Het is echter voorbarig om op basis van cijfers te voorspellen dat een basisinkomen onbetaalbaar is. De werkelijkheid is een betere graadmeter dan een economische bril. Laten we daarom gemeentelijke experimenten alle kansen geven.

Lisa Westerveld en April Ranshuijsen zijn raadsleden GroenLinks Nijmegen en aanjagers van een lokale pilot met een variant op het basisinkomen.

Annet de Lange, lector Human Resource Management aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen.

Leave a Reply